woensdag 30 april 2008

Jaipur

Jaipur had dus duidelijk zijn negatieve kantjes, maar ik moet het toch ook even hebben over de positieve aspecten van deze stad. Na een lange treinreis kwam ik dus aan in de hoofdstad van de noordwestelijke staat Rajastan. Het noorden verschilt opmerkelijk veel van het zuiden. Geen vochtige tropische warmte, maar een dorstige droogte, die nog heter is. Het is niet het groen van in het zuiden (jungle, rijstvelden, plantages) dat hier overheerst, maar de kleur van Rajastan is geelbruin... verdorde vlaktes en woestijnen. Aan de beestenboel worden er nog enkele toegevoegd: ook ezels, zwijnen en kamelen zijn er op straat te spotten. De sfeer die hier hangt is heel anders, maar zeker niet minder fascinerend. De omgeving is misschien verdord, maar in de stad bruist het leven, bloeit de Indische cultuur en schittert de verscheidenheid aan kleuren. Alle huisjes zijn geverfd in mooie, verschillende kleuren, en op muren (waaronder de majestueuze stadsmuur) zijn vaak prachtige patronen en andere uiterst gedetailleerde schilderingen te zien. Paarden, olifanten, koeien en kamelen lopen over straat in een kleedje vol parels, glitters en edelstenen.

Zowat elke stad heeft zijn specialiteit. In Mahabalipuram is het de beeldhouwkunst, in Madurai zijn het de felgekleurde bloemenkransen, in Munnar is het thee, in Ooty chocola en eucalyptus olie, in Mysore wierook en parfum, in Goa alle soorten hippiespulletjes,... In Jaipur is de specialiteit tapijten, kleedjes, sjalen, doeken,... stofkes in het algemeen. Allemaal versierd met prachtige patronen en tekeningen, hoge kwaliteit en aan een spotgoeikope prijs (enkel als er hard geboden wordt uiteraard). In India is werkelijk teveel schoons om te kopen, en de verkopers zijn veel te goed. Heel vaak bedenk ik dat het nu toch wel tijd is de rem te zetten op mijn koopgedrag, maar de verkopers lappen het mij elke keer opnieuw. Het zijn charmeurs eerste klas en ze weten perfect wat de zwakke puntjes zijn van de koper. En als je van begin af aan zegt dat je zowiso niet gaat kopen... 'No problem, only look, my friend!' Gezellig babbeltje over onze interesses die 'toevallig' overeenkomen, een chai gratis en voor niks, een rondleiding hoe dit en dat gemaakt wordt, het uiten van de passie waarmee hij zijn producten verkoopt, alle producten een voor een laten zien met een interessante uitleg over de oorsprong, een grapje hier, een grapje daar.... only 500 rupies, my friend! En ik blijf me uiteraard verbazen over de prijzen en de schoonheid van vele producten. Even afbieden (wat ik ondertussen wel geleerd heb) tot meestal onder de helft van de eerstgenoemde prijs en 'verkocht'. Missie geslaagd.Als lidmaatschap-verkoper is India de perfecte leerschool!

Het was ook heel leuk om even op te trekken met een Sadu. Zoals ik eerder schreef zijn dit Shiva aanbidders die hun leven wijden aan meditatie. Ze leven van wat kleinigheden die mensen hun schenken en roken de hele dag door the holy ganga. Ze hebben een glimlach die moeilijk weg te krijgen is en zijn dus uiterst vriendelijk. Deze Sadu nam mij mee naar zijn huis op een heuvel (4 palen en een zijl dat af en toe half wegwaait). Regelmatig is het nodig om met een stok de stelende apen weg te jagen die langs het zijl de 'woning' binnenkomen.Deze jongens worden door velen toch wel als heilig gezien en hebben meestal ook heilig haar (dreadlocks). Ja, ook ik ben voor sommige een halve heilige! En als het niet heilig is, is het supercool.

Jaipur is een mooie stad, maar de inwoners verpesten de sfeer voor alleenstaande reizigers. Omdat ik alleen reis ben ik genoodzaakt contact te hebben met de lokale bevolking, wat natuurlijk heel interessant is om de cultuur te leren kennen. Maar dan moet er ook wel enige vorm van vertrouwen kunnen bestaan. In het zuiden was dit geen probleem. Natuurlijk probeerde ook daar de meerderheid wel profijt uit mij te halen, maar zoals ik eerder schreef, ging dit samen met een welgemeende vriendelijkheid. Deze brede glimlach ging in Jaipur zelden samen met werkelijke vriendelijkheid. De mensen zijn minder vriendelijk en wanneer ze dat dan wel zijn, blijkt het bijna altijd voor zaakjes waar we liever ver vandaan blijven. Ook vertoonden opvallend veel jongemannen homofiel gedrag dat ze aan mij opdrongen en soms vrij ver kon gaan. Dit leek altijd te beginnen als een grapje, maar dit grapje kende geen grenzen, waardoor ik toch enig gevoel van ongemak bij mezelf bespeurde. Luc, de gekke Gentenaar, had natuurlijk geen enkel probleem met deze jongens. Integendeel, hij had vele vrienden die regelmatig langskwamen.










maandag 28 april 2008

Maffia boys

Ik bevind me nu in Jaipur, hoofdstad van de noordwestelijke staat Rajastan. Ik schrijf later meer over de sfeer en de verschillen met het zuiden. Maar eerst toch iets over wat me hier overkwam.

Net aangekomen in Jaipur gebeurde er iets heel eigenaardig. Khan, de 'riksha driver' die me van het treinstation naar m'n hotel bracht aanvaarde geen geld, enkel vriendschap. Hij stond erop mij een rondleiding in de stad te geven en stelde voor 's avonds een klein feestje te organiseren bij zijn vrienden. Aan vriendelijke Indiërs ontbreekt het uiteraard niet in dit land. Indiërs die geen geld willen ontvangen was ik echter nog niet tegengekomen. Ja, het was wel eens voorgevallen, maar dan volgde het prijskaartje kort daarna, en was dan meestal dubbel zo duur. Maar deze keer bleef het prijskaartje maar op zich wachten. Hij tankte zijn riksha bij en betaalde het zelf, hij kocht drank en trakteerde mij,... Het was allemaal zeer vreemd, en ik vertrouwde het niet helemaal. Er moest iets achter zitten... Na een tijdje werd het mij wel duidelijk dat hij aan geld geen tekort had. Hij werkte af en toe voor een succesvolle juwelenhandel, waarmee hij op 1 dag evenveel verdiende als op een maand met zijn riksha. 's Avonds gingen we dan naar zijn vrienden, die allemaal gezellig bij elkaar zaten in de juwelenwinkel. Hier werd het nog veel vreemder. De vrienden van Khan trakteerden me bier (wat hier heel duur is), en de flessen bleven maar komen. Aan de gouden kettingen en ringen te zien was het duidelijk dat ik te maken had met schatrijke Indiërs. Er werd af en toe kort verteld over hun zaken en ook met Antwerpen bleken ze connecties te hebben. Ik legde mij er maar bij neer dat deze jongens zo'n succesvolle zaak hadden dat ze het zich konden permitteren, puur uit vrienschap, een westerling (toch wel vrij) zat te voeren en daarna ook nog eens te plezieren met een heerlijke maaltijd. Wanneer ik voor dit alles toch een centje wou bijleggen, bleven ze dit weigeren. Dit alles zomaar uit vrienschap, het was heel mooi. Het was ook geen enkel probleem voor Khan om mij midden in de nacht nog naar mijn hotel te voeren. Zeer geslaagde avond met deze jongens. Toch klopte er iets niet, het was allemaal wat te mooi aan het lopen... Ik werd 's morgens uitgenodigs om samen te ontbijten met Khan en de vrienden. Tijdens dit ontbijt was toch wel het punt gekomen dat het wantrouwen ongeveer verdwenen was. Heerlijk ontbijt, en daarna eindelijk het werkelijke doel van al deze traktaties en vriendelijkheid... Heel subtiel daalde het volume van de gesprekken en werd er een gordijntje gesloten voor de buitenwereld. De sfeer werd heimelijk en zakelijk. Er werd van mij verwacht dat ik een van de dagen het vliegtuig naar België zou nemen (op hun kosten uiteraard), een pakketje juwelen zou leveren aan de Antwerpse contactpersoon, meteen een vliegtuig terug naar India zou nemen en zo 8000 euro kon verdienen. Ze verzekerden mij dat dit totaal legaal was en dat er geen enkel probleem kon voorvallen. Ik luisterde naar alle details van het handeltje, zodat ik goed wist wat ze exact wilden, en maakte dan duidelijk dat ik hier niet wou instappen. De vriendschappelijke sfeer was plots verdwenen en er werd het daaropvolgende uur enkel Hindi gesproken. Na lang aandringen was het hen duidelijk dat de vis niet zou bijten. Khan voerde mij naar mijn hotel en er werd plots wel gesproken over de riksha-kosten. De 'vrienden' hadden me wel uitgenodigd voor het avondeten, dus Khan zou me 's avonds nog komen oppikken. Ik was totaal verward en wist niet in hoeverre er toch een vorm van echte vriendschap en gastvrijheid had bestaan. Toen ik Khan enkele uren later terugzag was er weer de vriendelijkheid van de eerste uren op zijn gezicht te lezen. Maar het werd me al snel duidelijk dat zijn weerzien maar 1 doel had... 'We go to the friends and then you can say yes or no for the business!' Ik weigerde naar zijn vrienden terug te gaan omdat ik niet wist hoever deze jongens met mij zouden durven gaan... Even vriendelijk aanvaarde hij mijn antwoord en we spraken 2 uur later terug af om, uit vriendschap, samen iets te gaan drinken. Hij won terug een beetje van mijn vertrouwen... 2 uur later was er echter geen Khan te zien... Het zaakje was dus blijkbaar afgehandelt. Mijn vertrouwen in de Indiërs was deze keer wel vrij zwaar geschonden. Het is bijzonder moeilijk om de Indiërs in te schatten. Ze lachen allemaal even breed, maar je kan nooit voorspellen wat deze glimlach verbergt... Bedrog, verdriet, minachting, ... of is het een echte glimlach? Het is heel moeilijk om erachter te komen.

Na dit voorval ging ik op mezelf rustig de stad bezoeken. Hier kreeg ik van heel veel inwoners te horen dat ik voorzichtig moest zijn. Het ging ook vaak over de juwelenhandeltjes, en sommige begonnen zelfs op dezelfde manier te communiceren als Khan deed in het begin... even vermelden dat ze zaken doen in juwelen en dan... 'Friendship is everything, my friend! What can I do for you? Come, we can go to a party together this evening!' Ze hebben het altijd maar over party, terwijl er in feite 's avonds niks te doen valt in het arme Jaipur. Hoe meer gesprekken ik had, hoe meer ik begon te geloven dat er hier wel degelijk iets mis is. Ook vertelden sommigen mij dat de maffia in Rajastan heel actief is in juwelen. Iedereen vertelde zijn verhaaltje, en ik vertrouwde bijna geen enkele van hen, buiten degenen die me enkel aanspraken om me te verwittigen. Bijna elk gesprek ging over juwelenhandel en over de gevaren. Uiteindelijk was ik het vertrouwen in iedereen totaal kwijt en bleef ik heel verward achter.

's Avonds was er een man die me hielp met geld wisselen, en we hadden een korte conversatie over sociaal werk, en 'good karma'. Hij geloofde in het goede van de mens en wou enkel goed karma opbouwen. Dit zeggen er natuurlijk velen, maar ik dacht hem toch te kunnen vertrouwen. We gingen samen iets eten en hij vroeg of ik meeging naar de party. Ik was eerst wantrouwig, maar besloot 'de Indiër' nog een kans te geven om mijn vertrouwen wat terug te winnen. Ik was nog steeds verward en had nood aan iemand die ik kon vertrouwen. Dus ik besloot mee te gaan. Vanaf het moment dat ik toe had gezegd, begon hij heel druk te bellen en ik hoorde ook mijn naam vallen. Plots keek de jongeman van het restaurant recht in (of zelfs door) mijn ogen. Zijn blik ging enorm diep in de mijne en zei meer dan elke blik die ik ooit heb ontvangen. Het was minder dan een fractie van een seconde, en ik vroeg me af of ik me het had ingebeeld. Ik was immers een beetje paranoia, na wat er gebeurt was en na alle verwittigingen. Ingebeeld of niet, ik besloot dat het een teken was om niet mee te gaan en deelde dit ook mee aan Vicky, de man van de party. Toen het hem duidelijk was dat dit mijn besluit was begon hij mij uit te schelden voor heel het restaurant en toen hij mijn onzekerheid opmerkte begon hij heel smerig en minachtend te lachen, waarna hij het restaurant verliet. Nooit eerder was er een Indiër kwaad geworden op mij, dus nu was ik al helemaal in de war.

Toen ik ging afrekenen bij de jongeman van het restaurant schrok ik plots van dezelfde blik, die zich door mijn ogen boorde. Het was alsof ik zijn stem hoorde door zijn ogen: 'don't! careful!' Dan zei hij: 'understand?', terwijl hij waarschuwend diep in mijn ogen bleef kijken. 'Take care. This man is no good, be careful everywhere!', fluisterde hij me snel toe. Toen keek hij snel even rond en haalde vlug heel subtiel wat krantenartikels uit zijn schuif, die hij mij enkele seconden toonde. Ze gingen allemaal over vermiste westerlingen in Jaipur. Een Zwitser, een Engelse, een Amerikaan,... allemaal vermist. Ook las ik snel dat het allemaal met juweelhandel te maken had. Ik begon te beseffen hoe dicht ik me bij het gevaar bevond en realiseerde mij ook dat het wel eens enorm gevaarlijk had kunnen zijn moest ik die laatste keer mee zijn gegaan naar de vrienden van Khan, en misschien wel nog gevaarlijker was deze Vicky. Achteraf herrinnerde ik me ook dat ik die waarschuwende blik eerder had gezien toen ik ergens iets ging drinken met Khan. Ik vond dit toen raar, en babbelde toen verder met Khan.

In hetzelfde hotel zit ook een Vlaming. Altijd leuk om deze wezens in India tegen te komen natuurlijk, en zeker in deze situatie. Ik ben enorm blij dat hij hier is, omdat er dan toch 1 persoon is wie ik kan vertrouwen, bij wie ik even kan uitblazen en waarmee ik kan praten over deze gebeurtenissen. Alleen had ik me hier verschrikkelijk onveilig gevoeld. Luc is een homofiele gentenaar die 10 jaar onder zware psychose in de psychiatrie heeft gezeten, constant bibbert, een relatie heeft met een Indiër (en heeft ook 2 kinderen in België), bijna geen geld heeft om te overleven en momenteel bezig is met een boek te schrijven (uiteraard ... 'zijn levensverhaal'). Het is een zeer merkwaardig en bizar individu met heel eigenardige denkkronkels, maar het is een sympathieke man met de beste bedoelingen.

Na wat er gisteren gebeurd is wil ik maar 1 ding: uit Jaipur ontsnappen. Khan en Vicky weten in welk hotel ik verblijf en dat bevalt me totaal niet. Ik ben deze morgen dan ook opgestaan en heb zo snel mogelijk een prive bus geboekt (niet voor mij alleen welteverstaan) naar ergens ver van hier. Mijn plannen om verder in Rajastan door te reizen heb ik dus verandert. De openbare trein of bus had nog uren wachten geweest, en mijn geduld is momenteel op. Daarom neem ik binnen minder dan 2 uur de bus. Alles is geregeld, en ik ben blij dat ik hier weg kan.
Binnen enkele uren zit ik naast de Taj Mahal.

dinsdag 22 april 2008

Zon, zee, strand, hippies en malariapillen

De laatste week heb ik de tourist uitgehangen aan de west-coast. Toen ik vorige week aankwam in Gokarna, was mijn eerste reactie: Ik moet hier zo snel mogelijk weg! Ik had een maand lang bijna geen touristen gezien, me zoveel mogelijk in de Indische cultuur proberen inleven en dus veel tussen de armoede gezeten. De spelende en lachende touristen op het strand kwamen me ronduit belachelijk voor... Het balletje naar elkaar slaan, lekker werken aan het uiterlijk (hoe bruiner hoe beter), er was een oneindige keuze aan westers eten, en voor de rest werd er eigenlijk niks gedaan. Hoewel ik hiertegenover toch steeds een lichte vorm van minachting blijf voelen kan ik niet ontkennen dat ik al snel ook tot die groep behoorde en dat even totaal relaxen (lezen, zwemmen, hangmat-liggen, interessante babbels met westerlingen,...) wel heel aangenaam was. 'Even' relaxen welteverstaan. Ik vind het absurt dat veel van deze touristen een paar weken komen bruinen, eten en niksen om dan weer naar het westen te trekken en te kunnen zeggen: Ik heb India gezien. Na een week van deze luxe is het tijd om naar het echte India terug te keren.

In Gokarna was het voor mij niet één en al zonneschijn. In deze streek komt malaria voor, en dus nam ik dagelijks mijn malariapil. Velen hadden mij wel al gewaarschuwd voor de bijwerkingen van deze pil... Nachtmerries, depressie, hallucinaties, diarree, koorts,... Dit kon mij natuurlijk niet overkomen, dacht ik. Ik kreeg helaas alles tegelijk. Het begon met een licht gevoel van depressie overdag, dan kwamen (voor de zoveelste keer) de toilet-problemen en dan kwam een hevige koorts, waardoor ik al zeer vroeg op de avond in mijn hut (op het strand) ging liggen. Toen kwamen de hallucinaties. Leuk, denken nu misschien enkelen onder jullie. Maar het was alles behalve een lachertje. Tijdens het ijlen begon ik mijn eigen nachtmerrie te creëren. Ik hoorde en zag iemand die constant voor de deur van mijn hut stond. Om mij bang te maken, prutste hij constant aan mijn hut, zodat ik niet in slaap kon vallen van al dat geluid. Dit bleef maar duren en de kerel ging niet weg. Na een tijdje begon ik te denken dat er meer van die kerels waren op dit terrein, en dat het wel eens een criminele bende kon zijn. Ik hoorde honden janken en dacht dat ze gedood werden om niks te verraden. Ik hoorde een kind enorm hard huilen en durfde er zelfs niet aan te denken wat er daar aan het gebeuren was. Ik hoorde in de verte het geluid van een meisje dat verkracht werd en de criminelen lachten erom, terwijl die ene kerel mijn hut bleef bewaken. Tegelijkertijd zag ik af en toe dingen bewegen die er helemaal niet waren. Ik verstopte snel al mijn meest waardevolle spullen en wenste dat ik een mes in mijn handen had, om me te beschermen. Want stilletjes aan begon ik er toch wel heel zeker van te zijn dat deze gangster elk moment kon binnenstormen. Er bleef echter niks gebeuren. Na (zo leek het) uren met wijt open ogen altijd maar harder op te gaan in mijn eigen verhaaltje kwam het tot een climax. Ik dacht 'echt' dat ik die avond ging vermoord worden, en dat het dus elk moment kon gaan gebeuren. Ik zweette me kapot en was totaal wanhopig. Toen de koorts zakte, ging ik voorzichtig naar het toilet. Tijdens dit gezellig bezoek hoorde ik mensen lachen in de verte en kwam dan ook stilletjes aan het besef (gepaard met een enorme opluchting) dat het slechts een ziekelijk verhaaltje was dat ik zelf verzonnen had. Ik stopte onmiddelijk met de malariapillen.

Buiten deze nachtmerrie was Gokarna heel leuk. Ik kwam nog eens in contact met westerlingen, wat af en toe toch noodzakelijk is. Want hoe vriendelijk de Indiërs ook zijn, het cultuurverschil is te groot om op gelijke golflengte een conversatie te voeren. Er zijn natuurlijk uitzonderlingen, maar het blijft anders als met een westerling. Maar wanneer je een tourist vriendelijk dag wil zeggen, kan het zijn dat hij leuk de andere kant opkijkt of zuur voor zich uit blijft kijken. Dit bestaat dan weer niet bij de Indiërs. Zij staan altijd klaar om je een glimlach te schenken.

Na enkele dagen Gokarna ging ik naar de deelstaat Goa, waar ik me nog steeds bevind. In Goa hangt een heel aangename sfeer, maar het is India niet meer. De invloed die de Portugezen in deze ex-kolonie hebben achtergelaten is enorm. Een groot deel van de inwoners is half Portugees, Christendom is uitzonderlijk populair (waardoor er overal kerkjes staan), de gebouwen zijn praktisch allemaal in Portugese stijl, er lopen hier dikke Indiërs(!)... De sfeer die hier hangt doet veel meer denken aan Zuid-Europa dan aan India. En dan zijn er uiteraard nog de touristen! Goa is totaal leeg zonder het tourisme. Dat maakt dat alles hier natuurlijk wat duurder is. Indisch eten is er praktisch niet te vinden en overal zijn alternatieve hippiewinkeltjes. De touristen zijn vaak hippies uiteraard. Ik kwam vooral naar hier omdat er misschien wel een feestje te vinden was. Ik had geluk. Met de volle maan achter de palmbomen weerklonk de goa-beat. Het duurde echter niet lang, want de politie in Goa treedt streng op tegen de psytrance feestjes, waardoor er vroeg in de avond afgesloten moest worden.
In Goa kwam ik ook een Vlaams koppel tegen. Het was raar, maar heel leuk om na een maand onze moedertaal nog eens te hanteren! De eerste zinnen kwamen er onzeker en hakkelig uit. Soms een Engels woord ipv een Nederlands gebruiken... Maar na een avondje goeie Vlaamse klap, is het weer helemaal bijgeschaafd.

Ik heb nu genoeg van het tourisme en het strand en wil graag nog eens een hap real-India op het bord zien liggen. Morgen neem ik de trein naar Mumbai (grootste stad van het land), om van daaruit het zuiden te verlaten en het noorden te betreden.

Dit zijn enkele foto's van Goa.






woensdag 16 april 2008

Money Money Money!

Er zijn veel verschillende manieren van bedelen... De ene bedelt zwijgend met de open hand voor zich uitgestoken (zeldzaam), de andere loopt klagend en smekend een eindje mee terwijl ze gebaren dat ze honger hebben (de meerderheid), de echte pechvogels laten heel duidelijk zien wat er van hun benen of armen overblijft, of hoe gruwelijk hun misvorming is (sommigen lopen op handen en voeten, of alleen op handen), de sadu's (shiva aanbidders met lange dreadlocks) bedelen lachend en lachen nog harder wanneer je ze voorbijloopt, de opdringerigen nemen je arm vast, wijzen hongerig naar hun baby en blijven op je schouder tikken wanneer je verderwandelt, vooral de kinderen komen vaak straight to the point: 'Give me money, or schoolpen, money, money!', anderen maken gebruik van een kermend aapje aan de lijband, dat ze 5 seconden laten 'dansen' (tralala, lala, money please), en zo vergeet ik nog heel wat orginele manieren om enkele roepies te bemachtigen.

In Mysore maakte ik toch wel kennis met de extreemste vorm van bedelen. Een man was bezig zichzelf te slaan, en wanneer hij mij zag kwam hij voor mij staan en sneed zijn arm open tot het bloed er letterlijk uitstroomde. Dan knielde hij en greep mijn benen vast, zodat ik niet wegkon zonder hem iets te geven. Het was ziekelijk om te zien.

Heel lastig is het, wanneer je een bedelaar geld geeft, hij je nooit een woord of gebaar van dank zal schenken. De eerste reactie is meestal 'more, more, more!' Daar komt nog eens bij dat je voor elke geschonken roepie er ook nog een graties bedelaar bijkrijgt.

Er zijn uiteraard ook veel positieve aspecten aan de steden hier, en zeker Mysore. Het is een stad met brede straten en veel groen, waardoor de stank veel minder is dan in andere steden. In Mysore ruikt het vaak zelfs zeer goed. Het is immers de stad van de wierook en de parfums. En de verkopers kennen heel dikwijls wonderbaarlijk veel Nederlandse woorden! Er zijn blijkbaar heel veel Vlamingen die deze stad bezoeken. Een van de verkopers liet me een boekje zien met allemaal korte tekstjes van Vlamingen (in het Nederlands). Ook de verkoper van de Shanti Bazaar in Antwerpen was hier langsgeweest en had een kort tekstje achtergelaten. Grappig om te lezen.

Na enkele dagen was er toch weer de drang om voort te gaan en zette ik mijn zoektocht naar het onbekende voort, waardoor ik nu in Gokarna ben beland.

donderdag 10 april 2008

Natuur

Dag beste mensen,

De laatste 2 weken heb ik genoten van de natuur, de rust (wat ze in India onder rust verstaan), de toiletbezoekjes en de ijlende nachtmerries.

In Madurai ben ik ziek geworden. Het tempelcomplex in deze stad was zeer spectaculair, maar de Indische stadsdrukte was me echt even te veel geworden. Zeker tijdens de zieke ijlende momenten klonk dit immense stadslawaai als een apocalyptische nachtmerrie. Na gelukkig snel te recupereren ben ik Madurai dan ook zo snel mogelijk ontvlucht.
Zo kwam ik terecht in Kerala, de meest zuid-westelijke deelstaat. Kerala staat bekend om haar prachtige natuurgebieden en haar specerijen. Ook is deze deelstaat een van de 3 rijkste van India, waardoor er toch iets minder gebedeld wordt. Kerala wordt ook wel eens 'God's own country' genoemd, en is niet voor niks de favoriet van vele touristen. Het landschap is gevul met thee-, cardamom- en peperplantages, gigantische eucalyptusbomen, watervallen, uitgestrekte jungle gebieden en hier en daar een olifant.
Kumily is een dorpje vlak naast het 'Periyar Tiger Reserve', waar ik enkele dagen verbleef. Veel tijgers zijn er in de omgeving echter niet meer te spotten. Wel zijn er olifanten, buffels, wilde zwijnen, herten, veel apen en een grote verscheidenheid aan vaak prachtig gekleurde vogelsoorten. Leuk was dat in de late namiddag onze guesthouse telkens bezoek kreeg van een familie apen die dagelijks langs het dak en langs de palmbomen in de tuin passeerden.
De 'Claus Garden Lodge' is de guesthouse van een 57-jarige Duitse hippie die getrouwd is met een lieve Indische vrouw. Hij heeft zijn eigen jungle-kruiden-tuintje, geniet van het leven en leeft 'the herbal way of life' samen met zijn Duitse vrienden die vaak enkele weken in zijn guesthouse verblijven. Hij deelt zijn huis (living, keuken, tuin) met elke gast en er werd meestal samen gegeten, 's avonds spelletjes gespeeld,... Het was leuk om enkele dagen in dit gezelschap te vertoeven. Hier ben ik wel terug wat ziek geworden, maar door de rustige omgeving was dit zo erg nog niet.
Na 5-6 dagen had ik het ook hier echt wel gezien, en trok ik verder naar Munnar. Deze bergachtige omgeving is rijk aan watervallen en vooral prachtige groene thee plantages. India is de grootste thee producent ter wereld en de chai (zoete thee met melk) is hier dan ook heerlijk en wordt door iedereen non-stop gedronken. Door de 1600m hoge ligging ontsnapt dit stadje aan de drukkende hitte van 'beneden'. Heerlijk warm in het zonnetje en frisjes in de nacht...ideaal.
Momenteel bevind ik mij in Ooty. Deze stad is zo'n 150 jaar geleden door de Engelsen (in de koloniale tijd) uit de grond gestampt om wat verkoeling te zoeken tijdens de hete zomers. Hiervoor leefden er alleen de Toda's, een lokale stam. In Ooty lopen niet alleen koeien, geiten, kippen en honden op straat, maar ook paarden lopen hier gezellig los rond. De stad zelf heeft niks te bieden, maar de omgeving is schitterend en uniek. Met een 2400m hoge ligging is dit het hoogste deel van Zuid-India. De omgeving wordt gekenmerkt door reusachtige eucalyptusbomen (die een heel aangename geur afgeven), ook thee plantages, watervallen en hier en daar een Toda dorpje. Gisteren bezocht ik een van deze dorpjes. Het woord 'stam' klinkt wel veel primitiever dan hun werkelijke levenswijze van tegenwoordig. Ze lever zeker niet primitiever dan de gemiddelde Indiër, maar het is wel een appart volkje. Elk dorpje bestaat uit slechts enkele huisjes en 2 buffeltempels. De Toda's vereren namelijk de buffel. Als ze bidden is dat niet voor de goden, maar voor 'de buffel'. Ze hechten veel belang aan de natuur, leven strikt vegitarisch en worden blijkbaar uitzonderlijk oud. De vriendelijke Toda man die me een korte rondleiding gaf, liet me foto's zien van enkele overleden stamgenoten. Deze taaie rakkers haalden vaak de 100 en gingen er soms zelfs flink over. Eentje werd er zelfs 125!
De natuur hier in Zuid-India is werkelijk prachtig, maar het is (weker als wwf'er) triestig om te zien hoe de Indiër ermee omgaat. Het woord 'vuilbak' staat helaas niet in het Indisch woordenboek. Een rivier is synoniem voor riool en of het nu in de natuur, op straat of in de vuilbak is, afval is er om 'zo snel mogelijk' weg te gooien. Rijk of arm, een Indiër ziet er het nut niet van in een vuilbak te gebruiken. Enkele zeldzame vuilbakken (met daarop 'use me') blijven vrijwel leeg, terwijl 10 meter verder een afvalberg van hier tot in China ligt.
Even kort over het stelen in India. Het is duidelijk dat men hier altijd klaarstaat om te nemen wat er te nemen valt. Ik ben altijd heel voorzichtig met mijn spullen en ben gelukkig nog niet bestolen geweest. Deze ochtend scheelde het echter geen haar... Na het geluid van een krakende kamerdeur die geopend werd schrok ik wakker en keek recht in de ogen van een betrapte Indiër, die snel de deur weer dichtdeed. Ik had blijkbaar de deur niet goed genoeg vergrendeld. Het is hier dus oppassen geblazen.
Morgen verlaat ik Ooty (en dus ook de Zuid-Indische natuur) om terug te keren naar de echte hitte en het stadleven. Ik ben eigelijk vrij snel aan het doorreizen. Het is fantastisch om zoveel verschillende gebieden te bezoeken. En de bus- en treinreizen zelf zijn ook heel leuk. De landschappen en dorpjes die voorbijflitsen, de vriendelijke mensen die toch oh zo vereerd zijn om even naast een westerling te zitten, en vooral het niet weten wat voor plaats ik nu weer te zien zal krijgen. Ik ben benieuwd wat Mysore mij de volgende dagen zal laten zien.
Namasté
Maarten










Een buffel vlakbij het natuurreservaat in Kumily.








Munnar















Bij een uitloper van een grote waterval in Munnar.






























Thee in Munnar








In een stoomtreintje naar Ooty


Apen die mijn cake gepikt hebben toen ik heel even de trein uitstapte.









De ideale man in India













Mensen uit een dorpje (rond Ooty) gaan constant op en af met hout uit het eucalyptusbos.